HOME
KARTELS
TEKSTEN

AGENDA

LINKS

iNWiT

sKRIPtA


Voorzijde

Keerzijde

 

cover skripta 1

 

cover skripta 2

 

cover skripta 3

 

 

KRING VOOR PSYCHOANALYSE VAN DE NEW LACANIAN SCHOOL


ARCHIEF | jaarprogramma 2003 | jaarprogramma 2004 | jaarprogramma 2005  | jaarprogramma 2006

voorstelling van de kring en zijn programma
I. GEORGANISEERD DOOR DE NLS
II. GEORGANISEERD DOOR HET BUREAU VAN DE KRING
III. GEORGANISEERD DOOR LEDEN VAN DE KRING
IV. ELDERS IN DE NLS EN DE WAP
V. links VAN DE KRING

KRING VOOR PSYCHOANALYSE
van de New Lacanian School

PROGRAMMA 2006-2007

voorstelling van de kring en zijn programma

lacaniaanse oriëntatie van de Kring

In oktober 2004 werd de Kring voor Psychoanalyse van de New Lacanian School gesticht. De Kring staat niet op zich, maar is inderdaad geaffilieerd bij de New Lacanian School (NLS) die in 2003 gesticht werd door Jacques-Alain Miller als deel uitmakend van de World Association of Psychoanalysis (WAP). Doelstelling van de Kring is de verwezenlijking van de doelstellingen van de WAP en de NLS in Vlaanderen en Nederland, zijnde "de bevordering van de uitwerking en de overdracht van de psychoanalyse", en "het scheppen van werkverbanden met andere geaffilieerde verenigingen en Scholen in Europa". Zo staat het in de statuten van de VZW, neergelegd op 4 februari 2005. Maar wat betekent dit in de praktijk?
"Uitwerking en overdracht van de psychoanalyse" is een opdracht die de Kring alleszins al niet toelaat om zich, zoals in Vlaanderen gebruikelijk is, te beperken tot Freud en/of Lacans verschillende bewegingen van terugkeer daarnaar. Beide blijven uiteraard ook voor de Kring even fundamenteel. Maar daarnaast heeft de Kring ook oog voor de laatste periode in Lacans onderwijs, waarin hij radicaal zijn eigen weg zoekt, soms ook aan gene zijde van Freud. Deze zogenaamde 'laatste Lacan' heeft nog altijd de reputatie zeer esoterisch te zijn, de topologie (van de borromeïsche knoop) is daar naar buiten toe emblematisch voor geworden. De Kring wil nu ook deze Lacan toegankelijker maken voor een breder publiek.
Dat gebeurt niet alleen conceptueel of theoretisch, maar ook via de exploratie van de mogelijke gevolgtrekkingen voor de hedendaagse kliniek. De laatste Lacan maakt immers zowel een begin van psychoanalytische behandeling van de psychosen ('toegepaste psychoanalyse') als een echt einde van de psychoanalytische kuur van de neurosen (als basisvoorwaarde om psychoanalyticus te kunnen worden, via de procedure van de passe) denkbaar.
In haar antwoorden op de groeiende impasses, niet alleen van de hedendaagse kliniek, maar ook van de cultuur, kan de psychoanalyse zich niet meer beperken tot Freud, maar evenmin tot Lacans structuralistisch genoemde terugkeer tot Freud (met "het primaat van het symbolische" en "het onbewuste is gestructureerd als een taal"). Om vandaag nog bestaansrecht te hebben, doordat ze inderdaad iets 'anders' te zeggen heeft, moet de psychoanalyse ook Lacans radicale eigenheid op een of andere wijze doen doordringen. Doordat ze Freud niet meer gevolgd zijn in zijn laatste metapsychologie, met de haarspeldbocht van de doodsdrift, dienden de postfreudianen de essentie van Freud zelf te laten schieten. Wie zich nu niet waagt in het laatste, topologische knooppunt in Lacans parcours, en dus maar wat blijft cruisen op de brede lanen van de eerste Lacan, die riskeert nu op zijn beurt ook elk contact met de essentie van Lacan én meteen ook met het reële van de actuele kliniek te verliezen.

klinische logica van de programma's van de Kring

De Kring maakt deel uit van de NLS en de WAP, en dus laat hij zich in zijn "uitwerking en overdracht van de psychoanalyse" leiden door Jacques-Alain Millers 'lacaniaanse oriëntatie'. Ieder jaar stelt de Kring een programma op rond een thema dat op dat moment actueel is binnen deze lacaniaanse oriëntatie. In het programma 2004-2005 was dat Lacans overschrijding van Freuds angsttheorie (naar aanleiding van de verschijning van Lacans Seminarie X (1962-1963), over de angst). Het programma 2005-2006 betrachtte daarop een antwoord te brengen, met Lacans herdefiniëring van het symptoom als sintoom (sinthome) – sintoom dat in de topologische benadering van het spreekwezen (parlêtre) de functie toekomt die voorheen, in de structuralistische benadering van het subject, toekwam aan de Naam-van-de-Vader (naar aanleiding van de verschijning van Seminarie XXIII (1975-1976) over het sintoom). Het programma 2006-2007 zal pogen te begrijpen wat de moeilijkheden zijn bij de installatie en hantering van de overdracht bij het begin van een psychoanalytische kuur, in een tijd van geestdodende psychologische vragenlijsten rond gedragsstoornissen en compleet overspannen verwachtingen in de neurobiologie, die de psychoanalyse zo goed als geen weten meer toedicht.

werkvormen en -verbanden van de Kring

Zijn programma's probeert de Kring waar te maken door "werkverbanden te scheppen" rond het thema dat op dat moment aan de orde is binnen de lacaniaanse oriëntatie. De Kring werkt dus samen met andere NLS-groepen en andere WAP-scholen, maar ook met al wie getuigt van een oprechte bewogenheid door en voor de psychoanalyse.
Een basisinstrument daarbij is het NLS-kartel. Kartels zijn kleine werkgroepen waarin vier tot vijf mensen verondersteld worden elk een eigen eindproduct na te streven, dat liefst verband houdt met het thema van het jaarprogramma. Kartels worden niet alleen lokaal gevormd, maar ook overheen de grenzen van de verschillende groepen. De kartelverantwoordelijke van het uitvoerend comité van de NLS coördineert een digitaal interkartel.
Ruggengraat van de samenwerking zijn drie NLS-Weekends, een initiatief van Alexandre Stevens, uittredend NLS-voorzitter. In wat ondertussen een klassieke triptiek is geworden, geeft een collega uit een andere NLS-groep of WAP-School een theoretische uiteenzetting rond het jaarthema, leidt hij/zij een klinische gevalsbespreking en participeert hij/zij in een conversatie.
Op initiatief van Gil Caroz, huidig NLS-voorzitter, integreert het programma 2006-2007 een nieuw project, Verknopingen (Nouages) genoemd. Dat is een seminarie dat deel uitmaakt van de wetenschappelijke voorbereiding van het NLS-congres (Athene, 19-20 mei 2007). In dat project, presenteren een NLS-lid van de Kring, een NLS-lid uit een andere NLS-groep én een vertegenwoordiger van het Uitvoerend Comité van de NLS elk een werkstuk, waarvan twee met klinische inslag. Het debat wordt geanimeerd door de voorzitter van de Kring. Het verslag wordt achteraf ter beschikking gesteld van de andere NLS-groepen.
Zelf organiseert de Kring een Theoretisch Seminarie rond Lacans onderwijs en een Klinisch Seminarie met gevalsbesprekingen in de toegepaste psychoanalyse. Het thema van beide seminaries ligt in de lijn van dat van de lacaniaanse oriëntatie. Sedert 2005-2006 organiseert de Kring ook gevalspresentaties met nabespreking.
Ieder jaar culmineren al deze vormen van samenwerking in een ontmoeting tijdens een internationaal NLS-congres. Het eerste congres, dat tevens het stichtingscongres van de NLS was, greep plaats in 2003, in Brugge, en was gewijd aan de indicaties en resultaten van de 'toegepaste' psychoanalyse. In 2004 was de NLS te gast in Genève, om van gedachten te wisselen rond hoe er heden allemaal 'gebruik' valt te maken van een psychoanalyticus. In Londen hadden we het in 2005 over 'overschrijding' van de angst. In 2006 exploreerden we in Tel Aviv de hedendaagse kliniek van 'het vaderschap'. Dit werkjaar wordt dat dus een congres rond "Installatie en hantering van de overdracht in de Psychoanalyse van vandaag", op 19-20 mei 2007, in Athene.
Naast dit eigen programma, met activiteiten van de NLS en van de Kring zelf, kan de Kring ook zijn medewerking verlenen aan initiatieven van zijn leden.
Alle activiteiten van de NLS en de Kring zijn in principe toegankelijk voor iedereen die zich voor de psychoanalyse interesseert; voor sommige activiteiten is een kennismakingsgesprek vereist met de verantwoordelijken.

publicaties van de NLS en de Kring

Een deel van de neerslag van al dat werk en al die samenwerking, plus nog 'iets anders', wordt eens per jaar gepubliceerd in iNWiT, het Nederlandstalig tijdschrift voor psychoanalyse van de NLS, dat verzorgd wordt door de Kring.
Daarnaast is er nog sKRIPtA, het Bulletin van de Kring, dat verschillende keren per jaar verschijnt.

website en digitale informatielijst van de Kring

Het programma 2006-2007 is ook terug te vinden op www.kring-nls.org. Wijzigingen en bijkomende evenementen worden langs deze weg bekend gemaakt. Men vindt er ook links naar andere Scholen van de WAP en naar andere organisaties die de activiteiten organiseren waarvan verder sprake.

Wie deelneemt aan de activiteiten van de Kring, kan zich laten inschrijven op de digitale informatielijst KringNLSNu! Daarvoor richt men een aanvraag tot lieve.billiet@skynet.be of lieven.jonckheere@skynet.be.

bureau van de Kring

Voor de dagelijkse werking van de Kring staat het bureau in. Wie belangstelling heeft voor de Kring, of de psychoanalyse in het algemeen, kan zich wenden tot:
Lieve Billiet, secretaris - lieve.billiet@skynet.be
Peter Decuyper, penningmeester – peter.decuyper1@telenet.be
Lieven Jonckheere, voorzitter – lieven.jonckheere@skynet.be
Stefan Verlinden, vice-voorzitter verantwoordelijk voor kartels en uitwisselingen – verlinden.stefan@telenet.be

terug

I. GEORGANISEERD DOOR DE NLS

NLS-weekends in Vlaanderen

“Installatie en hantering van de overdracht bij het begin van een psychoanalytische kuur”
Toen hij nog voorzitter was van de NLS nam Alexandre Stevens het initiatief om het werkjaar van de Kring te scanderen via drie weekends, in samenwerking met andere NLS-groepen en andere WAP-Scholen, rond een gemeenschappelijk thema. Dat is ook dit jaar weer het geval.

verloop

Elk weekend bestaat uit een drieluik:

  • oriënterende lezing door de gastspreker
  • klinisch seminarie, voorbereid door een lid van de Kring en geleid door de gast (zie Klinisch seminarie)
  • conversatie, voorbereid door alle deelnemers en geleid door de gast
  • (zie ook tentoonstelling 150 jaar Freud)

De lezing en het klinisch seminarie gaan door op zaterdag, van 14u30 tot 18u30
De conversatie gaat door op zondagvoormiddag van 10u tot 12u30.

gasten, data en plaats
  • Alexandre Stevens (België, NLS en ECF)
    zaterdag 23 en zondag 24 september 2006
    Museum Dr. Guislain, J. Guislainstraat 43, 9000 Gent
  • Gastspreker (wordt later bekendgemaakt)
    zaterdag 13 januari en zondag 14 januari 2007
    Clubhuis stad Gent, Patijntjesstraat 62, 9000 Gent
  • Miquel Bassols (Spanje, ELP, ECF en NLS)
    zaterdag 5 en zondag 6 mei 2007
    Clubhuis stad Gent, Patijntjesstraat 62, 9000 Gent

Titels van de lezingen volgen via de website en de digitale informatielijst

toegankelijkheid

Alle activiteiten verlopen grotendeels in het Frans. In het klinisch seminarie wordt de casus in het Nederlands voorgesteld.
Zaterdagnamiddaglezing en zondagochtendconversatie zijn toegankelijk voor alle belangstellenden.
Voor het klinisch seminarie vooraf contact opnemen met verantwoordelijken Geert Hoornaert (hoornaert.geert@telenet.be) of Luc Vander Vennet (luc.vdvennet@skynet.be).
Niet-leden van de Kring betalen een deelname in de kosten.

Verknopingen
"Installatie en hantering van de overdracht bij het begin van een psychoanalytische kuur vandaag"

Op initiatief van Gil Caroz, huidig voorzitter van de NLS, wordt dit jaar voor het eerst een topologische 'verknoping' (nouage) tussen de verschillende NLS-groepen georganiseerd. Deze maakt deel uit van de voorbereiding van het NLS-congres over de “Geboorten van de overdracht. Installatie en hantering van de overdracht" (Athene, 19-20 mei 2007).

verloop

Een NLS-lid van de Kring, een NLS-lid uit een andere NLS-groep én een vertegenwoordiger van het Uitvoerend Comité van de NLS doen elk een interventie, waarvan twee klinische.
Titels volgen via website en digitale informatielijst.
Deze dag wordt geanimeerd door de voorzitter van de Kring.
Het verslag, door een NLS-lid van de Kring, wordt achteraf ter beschikking gesteld van de andere NLS-groepen.

gasten en deelnemers
  • Pierre-Gilles Guéguen (Frankrijk, ECF, lid Uitvoerend Comité NLS) schetst het theoretisch kader.
  • Stefan Verlinden (Gent, Kring van de NLS) en Inma Guignard-Luz (Zwitserland, ASREEP) brengen allebei een gevalsfragment.
plaats en data

Zaterdag 3 maart 2007, van 14u30 tot 17u.
Hof van Watervliet, Oude Burg 27 te 8000 Brugge.

toegankelijkheid

Toegankelijk voor alle belangstellenden.

Kartelwerking
kartel en School

In elke lacaniaanse school, en dus ook in de NLS, blijft het kartel een belangrijk en oorspronkelijk werkinstrument. Een kartel bestaat uit vier personen die vooreerst elkaar kiezen om samen te werken rond hetzelfde onderwerp, en die vervolgens ook nog een plus-un kiezen om erover te waken dat het werk niet stokt maar ook vruchten afwerpt: elk kartellid wordt immers verondersteld om na een redelijke termijn naar buiten te komen met een individueel product (dat bij het begin wordt bepaald). Concreet betekent zulks dat een kartel in principe niet veel langer kan duren dan twee jaar. Bedoeling is immers dat in een School iedereen met verschillende anderen samenwerkt rond verschillende onderwerpen. Die anderen hoeven overigens niet noodzakelijk alleen maar leden van de Kring of van de School te zijn.
Op de interkarteldag van juni 2006 benadrukte Gil Caroz dat het kartel geen groep is als een ander. Uitgaande van Jaques-Alain Millers stelling dat de School een subject is (Miller, 2001 [2000]), lanceerde hij de uitdagende gedachte dat dit ook geldt voor het kartel.

vorming en declaratie van kartels aan de NLS

Het is belangrijk dat kartels zich zo snel mogelijk vormen en een plus-un kiezen. Deze plus-un declareert het kartel bij de NLS via http://www.amp-nls.org/ (‘school life’) of via NLS-verantwoordelijke voor de kartels Daniel Roy (daniel.roy@wanadoo.fr). De plus-un wordt tevens geacht de ontbinding van het kartel mede te delen.
Om praktische redenen vragen wij dat kartels zich eveneens aangeven bij de verantwoordelijke in de Kring voor de kartels, Stefan Verlinden (verlinden.stefan@telenet.be), tot wie men zich ook kan wenden voor alle problemen terzake.
Kartellisanten en kartelzoekenden raden we aan geregeld een blik te werpen op http://www.kring-nls.org/over%20de%20lijst/cartels.htm.

oriëntatie van de kartels: over 'de overdracht'

Het is niet de bedoeling in kartel tot een gezamenlijk product te komen. Maar, om de samenwerking tussen de Scholen van de WAP mogelijk te maken, is het wél belangrijk dat kartels zoveel mogelijk binnen eenzelfde oriëntatie werken. Dit jaar is dat "de installatie en de hantering van de overdracht in de psychoanalyse van vandaag". Daarbij laten we ons inspireren door Lacans recent verschenen Seminarie XVI "D’un Autre à l’autre" (Lacan, 2006), maar ook door een aantal andere teksten (zie aanbevolen literatuur bij het Theoretisch Seminarie). Een en ander moet culmineren in het vijfde NLS-congres "Naissances du transfert" (Athene, 19-20 mei 2007).
De Kring nodigt zijn leden en alle deelnemers aan zijn activiteiten dus uit om in het bijzonder kartel rond dit thema van de overdracht te vormen.

digitaal interkartelproject van de NLS

Ook dit jaar nodigt Daniel Roy kartels uit om deel te nemen aan het NLS-interkartelproject via mail. Dit digitale interkartel biedt de mogelijkheid over taal en geografische grenzen heen met collega’s van andere NLS-groepen te discussiëren over klinisch materiaal. Het vormt een voorbereiding op het congres in Athene.
Kartelproducten, onder de vorm van een klinisch vignet (3200 tekens), moeten voor 15 september 2006 naar het NLS-secretariaat gemaild worden. Deze worden dan verdeeld onder de kartels, met het oog op een eerste digitaal interkartel in oktober 2006. Vanuit nieuwe klinische vignetten wordt in januari 2007 een tweede interkartel georganiseerd.
Kartels kunnen zich melden bij Daniel Roy, via http://www.amp-nls.org/.
Meer info op KringNLSNu! 50.

interkarteldag van de Kring

Op het eind van het werkjaar, op 2 juni 2007, gaat er in Brugge een interkartelnamiddag door, waar producten kunnen gepresenteerd worden. In de loop van het jaar zal er een namiddag georganiseerd worden waarop kartels hun problemen kunnen ter sprake brengen. Info daarover volgt via KringNLSNu!

bibliografie

Lacan, J. (2006 [1968-1969]). Le Séminaire Livre XVI (texte établi par J.-A. Miller): D’un Autre à l’autre, Paris: Seuil, 428 pp.
Miller, J.-A. (2001 [2001]). Théorie de Turin sur le sujet de l’Ecole. In: Aperçus du Congrès de l’AMP à Buenos Aires, Paris: EURL-Huysmans, pp. 57-76.

Publieke conversatie
"Freud Vandaag in Vlaanderen"

Ter gelegenheid van de tentoonstelling "I won't be plucked of my feathers". Freud en de Internationaler Psychoanalytischer Verlag (1919-1938) (cfr infra) organiseert de NLS een publieke conversatie rond "Freud Vandaag in Vlaanderen".
Deze conversatie kadert in een NLS-weekend (cfr supra).
Onder leiding van Alexandre Stevens (psychiater, psychoanalyticus, uittredend NLS-voorzitter).
Met medewerking van verschillende genodigden, uit de Vlaamse klinische én de culturele wereld – info volgt via KringNLSNu!

plaats en datum

Zondag 24 september 2006, 10u-12u30.
In de tentoonstellingsruimte
Museum Dr. Guislain, J. Guislainstraat 43, 9000 Gent.

toegankelijkheid

Toegankelijk voor alle belangstellenden.
De tentoonstelling "I won't be plucked of my feathers". Freud en de Internationaler Psychoanalytischer Verlag (1919-1938) is vrij toegankelijk voor deelnemers aan de conversatie.

terug

II. GEORGANISEERD DOOR HET BUREAU VAN DE KRING

Theoretisch Seminarie over Lacans Onderwijs
"Nieuws in de overdracht?"

De Kring voor Psychoanalyse van de New Lacanian School werkt in de lijn van de lacaniaanse oriëntatie zoals Jacques-Alain Miller die uittekent voor de Scholen van de World Association of Psychoanalysis, waaronder de New Lacanian School. Het Theoretisch Seminarie, dat de Kring nu al een aantal jaren wijdt aan Lacans onderwijs, handelt dit jaar dan ook over de overdracht – meer bepaald de spontane opkomst of de mogelijke installatie van de overdracht bij het begin van een psychoanalytische kuur, vanuit het gevoel dat daarin sedert Freud en Lacan toch wel enige verandering is opgetreden. Dat is wat het NLS-congres, onder de titel "Installatie en hantering van de overdracht in de Psychoanalyse van vandaag" (19-20 mei 2007, Athene) wil verifiëren. Zoals vorige jaren wil het Theoretisch Seminarie van de Kring ook dit jaar een voorbereiding op dit NLS-congres vormen.
Twee jaar geleden hadden we het over de angst, verleden jaar over het symptoom, nu dus over de overdracht. Daar zit een lijn in, een oriëntatie, die zowel freudiaans als lacaniaans te noemen is.

freudiaanse én lacaniaanse oriëntatie:
ontdubbeling van angst, symptoom, overdracht, interpretatie

Vereenvoudigend, maar ook wel een beetje metapsychologiserend, kunnen we de freudiaanse oriëntatie als volgt ontrollen. Het subject zit met angst en vindt daarop het symptoom als antwoord, van het onbewuste. Dit symptomatisch antwoord stelt echter zoveel problemen dat het subject van lieverlede gaat veronderstellen dat een Ander moet weten hoe dat op te lossen; het stapt daarmee dus naar bijvoorbeeld een psychoanalyticus. De installatie van de 'overdracht' – want daarover gaat het – blijkt nu op zijn beurt een antwoord op dat symptoom te kunnen vormen. Overdracht kan een symptoom oplossen, zoals een symptoom dat met de angst kan doen. Maar ook deze overdrachtsoplossing is niet zonder problemen – zoals heden alsmaar sneller duidelijk wordt. Welke vorm deze problemen met de overdracht heden aannemen, en hoe lacaniaanse psychoanalytici deze kunnen hanteren: daarover gaat het theoretisch seminarie van dit jaar.
Opdat beide vragen kans op een antwoord zouden maken, zullen we moeten exploreren voor welke conceptuele 'ontdubbelingen' de overdracht in Lacans onderwijs vatbaar is. Daarmee situeert deze benadering van de overdracht zich meteen in de lijn van onze lacaniaanse benadering van de angst én het symptoom tijdens de vorige twee Theoretische Seminaries. Daar stelden we vast dat angst én symptoom allebei twee kanten hebben, die we gemakshalve bestempelen als een freudiaanse én een lacaniaanse, en die, al heel wat moeilijker, op een of andere manier met en tegenover elkaar moeten gearticuleerd worden. Alles laat nu al voorzien dat zulks ook voor de overdracht het geval zal zijn.

ontdubbeling van de angst

Twee jaar geleden worstelden we met het veranderd statuut van de angst in Lacans onderwijs, vanuit de vaststelling, dat hij in de hedendaagse kliniek niet meer is wat hij bij Freud moet zijn geweest. Diens fallisch perspectief van de castratieangst (angst voor het gemis, met een verwantschap tussen angst en verlangen) lijkt te kantelen naar een lacaniaans te noemen perspectief van a-angst (angst voor het teveel van het object a, met een verwantschap tussen angst en genot).
Deze kanteling blijft niet zonder verregaande implicaties voor de behandeling van de angst. Ontangsten (désangoisser) – in de lijn van het symptoom, en dan vooral het fobische, dat zulks bij uitstek doet – blijft legitiem binnen het perspectief van de zogenaamde toegepaste psychoanalyse, wanneer het dus niet meteen de bedoeling is om een kuur tot haar eigen logische conclusie te brengen. Als men er echter van uitgaat, zoals Lacan, dat angst uiteindelijk niet te vermijden valt, dan moeten we wel beginnen denken aan zijn mogelijke overschrijding (franchissement de l'angoisse). En dan is het niet meer alleen een kwestie dat het subject niet door zijn castratieangst verlamd geraakt; de a-angst biedt integendeel een kans om tot 'iets nieuws' te komen op het gebied van de verhouding tussen verlangen en genot.

ontdubbeling van het symptoom

Een eerste, punctuele overschrijding van die angst vormt de act (cfr Seminarie XV (1967-1968)). In zijn later onderwijs zal Lacan meer een ander antwoord op die angst exploreren, dat terzelfder tijd soepeler én duurzamer is – en dat is een nieuwe vorm van symptoom, of toch minstens een nieuw, lacaniaans kantje aan het freudiaans symptoom. Valt de freudiaanse castratieangst nog enigszins in te dijken door een symptoom, dan gaat dit voor de lacaniaanse a-angst niet meer op; reden waarom deze laatste dan ook aanleiding kan geven tot de uitvinding van een nieuw soort symptoom, tot de profilering van een nieuw kantje aan dat symptoom – wat Lacan het sintoom (sinthome) noemt.
Dat sintoom is niet meer louter een symbolisch vormsel van het onbewuste, dat gestructureerd is als een taal; maar het brengt een borromeïsche aaneenketening tot stand van dat symbolische (taal of onbewuste) met het reële (drift of genot), via het imaginaire (een of ander Ik), en dat op een manier die eventueel beschaafder, leefbaarder is dan voorheen. Het vorige Theoretische Seminarie ging na waarin dat lacaniaans sintoom zich onderscheidt van het freudiaans symptoom. Daarbij verwezen we in eerste instantie naar de pluralisering van de religieuze betekenaar van de Naam-van-de-Vader in een reeks namen van de vader, maar we hadden ook oog voor een mogelijke pluralisering van het ethologische spiegelego in een reeks andere ego's (bijvoorbeeld Joyce's schrijversego).
De belangrijkste implicatie voor de psychoanalytische praktijk is ongetwijfeld dat het lacaniaans sintoom niet meer interpreteerbaar is op de wijze van het freudiaanse symptoom; het is immers, met een bekende uitdrukking van Lacan, niet meer geabonneerd op het onbewuste (désabonné de l'inconscient). Het sintoom is geen symbolisch vormsel van het onbewuste, maar een reële manifestatie van het genot.

ontdubbelingen van de overdracht?

Ook deze ontdubbeling van het symptoom blijft niet zonder gevolgen voor de psychoanalytische kuur, voor zoverre deze gebaseerd is op de overdracht. Lacan (2001 [1967], 247) spreekt op dit punt klare taal: aan het begin van de psychoanalyse staat de overdracht (au commencement de la psychanalyse est le transfert), zonder overdracht geen psychoanalyse. Of met Millers (1984) formule: de psychoanalytische kliniek is een kliniek onder overdracht (clinique sous transfert).
Wat de symbolische, freudiaanse kant van het symptoom betreft, is dat vrij evident. In de mate dat een subject het duistere gevoel heeft dat zijn symptoom inderdaad "gestructureerd is als een taal" en dus "iets wil zeggen", zal het immers, als correlaat daarvan, ergens een of ander weten veronderstellen dat niet zonder verband zou zijn met de betekenaar van zijn symptoom. Het subject veronderstelt echter niet alleen dit weten, maar het veronderstelt ook nog eens dat dit weten berust bij een Ander subject – dat is, met een heel complexe uitdrukking, het 'aan het weten verondersteld subject' (sujet supposé savoir).
In een bepaalde vorm van Angelsaksische psychoanalyse (Klein) heeft dit geleid tot een visie op de psychoanalytische kuur als een intersubjectief gebeuren. Voor Lacan is die intersubjectiviteit echter allesbehalve een na te streven ideaal, toch niet in de psychoanalytische kuur, maar integendeel de initiële illusie van de kuur die daarin juist doorprikt moet worden.
Daarvoor zet Seminarie VIII (1960-1961) , over de overdracht, de toon, door deze expliciet te benaderen in zijn 'subjectieve dispariteit' (disparité subjective). Het subject mag geloven dat de analyticus subject is, maar die analyticus zelf moet zich van begin tot einde hoeden voor deze illusie, die eenmaal gesystematiseerd de vorm kan aannemen van het geloof in de zogenaamde 'tegenoverdracht'. Een psychoanalyticus die naam waard is in de overdracht geen subject, hij heeft dus ook geen overdracht op zijn analysant.
Seminarie XI (1964) slaat een eerste conceptuele breuk in dat aan het weten verondersteld subject van de overdracht. Daar maakt Lacan van de overdracht een basisconcept van de psychoanalyse, op hetzelfde niveau als het onbewuste, de herhaling en de drift. Dat betekent ondermeer dat die overdracht niet beperkt is tot een herhaling van het onbewuste, maar dat hij ook ergens een stuk drift impliceert, en meteen ook 'iets nieuws', onder de vorm van het object a: "Ik hou van jou, maar omdat ik onverklaarbaar genoeg in jou van iets hou dat meer is dan jou – het object a – vermink ik je" (Lacan 1973 [1964], 241).
Deze conceptualisatie van de overdracht, waarin de analyticus niet meer alleen een aan het weten verondersteld subject is maar ook iets van een object, heeft heel wat praktische consequenties voor de psychoanalytische kuur. Heel concreet vormt dit bijvoorbeeld al een argument voor het behoud van het fysieke rendez-vous tussen analysant en analyticus – voor een tijd die liefst zo kort mogelijk is, teneinde juist het belang van die lichamelijke présence te accentueren. Lacanianen doen geen analyses via internet. Bij gebrek aan fysieke support voor het object (blik, stem, borst, feces) wordt de overdracht daarin immers in een mum van tijd onhanteerbaar (cfr de zogenaamde flame wars).
Structurele besluiten uit deze ontdubbeling van de overdracht trekt Lacan in zijn Proposition du 9 octobre 1967. Daarin ontwikkelt hij een visie op het einde van de kuur en de daaruit mogelijks resulterende analytische positie. De structuur van een kuur is gegeven in haar begin én einde, en dus ontwikkelt Lacan een matheem voor de passage in de overdracht van de analyticus als 'aan het weten verondersteld subject' naar een analyticus als 'object' en het nieuwe weten dat daar rond mogelijks kan uiteengezet worden (en ce désêtre [de l'analyste] se dévoile l'inessentiel du sujet supposé savoir, Lacan 1967).
Deze interventie van Lacan is niet alleen van beslissend belang geweest voor de invoering van de procedure van de passe, die een soort structurele mutatie in de overdracht op het einde van een analyse moet forceren. Miller (1984) heeft daaruit ook een structurele identificatie van de overdracht aan het begin van de kuur gedistilleerd. Dit is vooral gebeurd via de conceptualisering van de zogenaamde overdrachtsbetekenaar (signifiant de transfert) die het subject representeert voor een willekeurige andere betekenaar (signifiant quelconque) .
Blijft echter dat de lacaniaanse psychoanalyticus, bij de kanteling van een structurele naar een topologische, meer bepaald borromeïsche, kliniek, het adres kan worden voor nog iets anders dan de klassiek-freudiaanse kant van het symptoom met zijn obligate correlaat van aan het weten verondersteld subject – en dat is zijn lacaniaanse kant, als sintoom. Laat dit niet interpreteerbaar sintoom nog ruimte voor enig aan het weten verondersteld subject? Tot welke vorm van overdracht kan dit nog leiden?
Het is duidelijk dat het niet meer allemaal overdrachtsliefde tot de psychoanalyse is die de klok slaat; we leven integendeel in een klimaat van toenemende overdrachtshaat, gefundeerd in een soort cynisme van het genot dat zich in versleten sciëntistische gewaden hult en dat dan ook kan bestempeld worden als 'scyentisme'. In dit Theoretisch Seminarie zal het zaak zijn van niet terug te deinzen voor deze en andere 'nieuwe vormen van overdracht'.
Maar we zullen ook, en vooral, oog moeten hebben voor de mogelijke lotgevallen van deze nieuwe overdrachten. Kan een psychoanalyticus daarin nog enige vorm van ontdubbeling forceren? En hoe dan wel?

interpretatie van de overdracht?

Vooraleer ons deze vraag te kunnen stellen, zullen we moeten passeren via het probleem van de interpretatie van de klassieke overdracht in verhouding tot het aan het weten verondersteld subject. Bij vele Lacanianen lijkt het immers nog altijd niet echt doorgedrongen dat deze in principe niet geïnterpreteerd wordt. In de jaren vijftig kon Lacan (1966 [1954], 326) zich nog aansluiten bij Glovers vaststelling, uit de jaren dertig, dat de noodzaak om de overdracht te interpreteren (la nécessité d'analyser le transfert) het enige punt was waarop alle psychoanalytische strekkingen of scholen het op dat moment nog eens waren. Zonder dat meteen duidelijk is vanaf welk moment precies, en ook zonder dat hij dat ergens met zoveel woorden zegt, moeten we toch vaststellen dat Lacan alsmaar weigerachtiger wordt tegenover die interpretatie van de overdracht. Het is eens te meer Miller die daarop gewezen heeft. Een interne principeverklaring rond de lacaniaanse praktijk, van de World Association of Psychoanalysis (WAP) (onuitgegeven [2004]), stelt uiteindelijk klaar en duidelijk "dat wij de overdracht noch als illusie, noch als vergissing, noch als herhaling interpreteren – wat gelijkstaat met te zeggen dat wij de overdracht niet interpreteren", met het oog op zijn "liquidatie op het einde van een analyse".
Het is overigens opmerkelijk hoe gretig de universitaire psychologie deze stelling bijtreedt in het actueel aan de gang zijnde debat over de evaluatie van de effectiviteit van psychotherapieën. Het zou bewezen zijn dat interpretatie van de overdracht als 'illusie, vergissing, herhaling' tot ravages leidt (hét paradigma is de psychoanalyse die uiteindelijk leidt tot de impasse van een borderline-pathologie). En daarom, zo besluiten de evaluatoren, kan men zich maar beter beperken tot de exploitatie van de overdracht om te suggereren, om positief te doen denken – een terugkeer dus van de hypnose in de plaats van de psychoanalyse. Het spreekt vanzelf dat Lacan niet daartoe kan leiden. Zonder te mikken op een inderdaad tot ravages leidende liquidatie van de overdracht blijft het in de psychoanalyse gelijk hoe toch nog altijd een kwestie van een of andere vorm van mutatie van die overdracht.
Maar hoe bewerkstelligen wij die dan wel, indien niet via interpretatie? Is het door onze interpretatie, onze ongelukkige interpretatie, dat de overdracht is veranderd, dat hij niet meer is wat hij was ten tijde van Freud, ten tijde van Lacan? Dat zijn vragen die we dit jaar in het Theoretisch Seminarie zullen exploreren.
Verantwoordelijken voor het Theoretisch Seminarie zijn Lieven Jonckheere (lieven.jonckheere@skynet.be) en Anne Lysy (alysy@newreal.be).

bibliografie en aanbevolen literatuur

De Georges, P., Henry, F. Jolibois, M. en Miller, J.-A. (eds.) (1999). La Convention d'Antibes (La psychose ordinaire), Paris: Seuil, pp. 321-370
La Cause freudienne. Revue de psychanalyse, 53 (2002) – themanummer over Pour ou contre-transfert?
Lacan, J. (1966 [1955]). Variantes de la cure type. In: Ecrits, Paris: Seuil, pp. 323-361
Lacan, J. (1973 [1964]). Le Séminaire Livre XI (texte établi par J.-A. Miller): Les Quatre concepts fondamentaux de la psychanalyse, Paris: Seuil
Lacan, J. (2001 [1960-1961]). Le Séminaire Livre VIII (texte établi par J.-A. Miller): Le transfert, Paris: Seuil (seconde édition corrigée)
Lacan, J. ( 2001 [1967]). Proposition du 9 octobre 1967 sur le psychanalyste de l’Ecole. In: Autres Ecrits, Paris: Seuil, pp. 243-259
Lacan, J. (2006 [1968-1969]). Le Séminaire Livre XVI (texte établi par J.-A. Miller): D'un Autre à l'autre, Paris: Seuil
Lacan, J. (onuitgegeven [1960-1961]). Le Séminaire Livre XV: L'acte psychanalytique corrigée)
Miller, J.-A. (1978). Algorithmes de la Psychanalyse, Ornicar?, 16, pp. 15-29
Miller, J.-A. (1982 [1984]). C.S.T., Ornicar?, 29, pp. 142-147
Miller, J.-A. (1984). Transfert et interprétation, Actes de l'Ecole de la Cause freudienne, VI, pp. 33-37
Miller, J.-A. (1991). Remarque sur la traversée du transfert, Actes. Revue de l'Ecole de la Cause freudienne, 18, pp. 28-30
Miller, J.-A. (1992 [1990]). Les labyrinthes de l'amour, Lettre mensuelle de l'Ecole de la Cause freudienne, 109, pp. 18-22
Miller, J.-A. (1994 [1993]). L'homologue de Malaga. Remarques sur la logique de la cure. La Cause freudienne. Revue de psychanalyse, 26, pp. 7-16
Miller, J.-A. (1995 [1990]). Context and Concepts (of Lacan's Four Fundamental Concepts of Psychoanalysis). In: E. Feldstein et alii, Reading Seminar XI: Lacan's Four Fundamental Concepts of Psychoanalysis (The Paris Seminars), New-York: State University of New York Press, pp. 3-15
Miller, J.-A. (1995 [1994]). Le plus-de-dire. La Cause freudienne. Revue de psychanalyse, 30, pp. 7-11
Miller, J.-A. (1995 [1994]). Petite introduction aux pouvoirs de la parole, Lettre mensuelle de l'Ecole de la Cause freudienne, 142, pp. 21-23
Miller, J.-A. (1995). L'oubli de l'interprétation, Lettre mensuelle de l'Ecole de la Cause freudienne, 144, pp. 1-2
Miller, J.-A. (1996 [1995]). L'interprétation à l'envers, La Cause freudienne. Revue de psychanalyse, 32, pp. 9-13
Miller, J.-A. (1998 [1997]). Les contre-indications au traitement psychanalytique, Mental, 5, pp. 9-17
Miller, J.-A. (1999). XXI° siècle: demain la mondialisation des divans. Vers le corps portable (entretien), Libération 3 juillet 1999.
Miller, J.-A. (direction) (1999 [1998]). Le transfert négatif, Paris: Navarin – diffusion Seuil.
Miller, J.-A. (2000). Présentation du thème des Journées de l'ECF "Tu peux savoir comment on analyse à l'Ecole de la Cause freudienne", Lettre mensuelle de l'Ecole de la Cause freudienne 193, pp. 1-5
Miller, J.,-A. (2002). Contre-transfert et intersubjectivité (texte en notes établis par C. Bonningue à partir de L'orientation lacanienne III, 4: Le désenchantement de la Psychanalyse – enseignement dans le cadre du Département de Psychanalyse de Paris VIII et de la section clinique de Paris-Saint–Denis, leçons des 6, 13, 20 & 27 mars 2002), La Cause freudienne, 53, pp. 7-39
Miller, J.-A. (2003 [1997]). Vous avez dit bizarre?, Quarto, 78, pp. 6-17
Miller, J.-A. (2004 [2002]). L'avenir de la Psychanalyse. Débat entre Daniel Widlöcher et Jacques-Alain Miller, Paris: Le Cavalier Bleu
Ornicar? 33 (1985) – themanummer over le signifiant de transfert
WAP (onuitgegeven [2004]) Assemblée Générale de l'AMP – Projet de Déclaration des Principes de la Pratique Lacanienne (geüpdatet en goedgekeurd tijdens het AMP-Congres in Rome 2006)
Zenoni, A. (2003). L'entrée par le symptôme, La Cause freudienne, 53, pp. 180-186
Een dossier met referenties rond de overdracht bij Lacan is in voorbereiding.

plaats en data

Clubhuis van de stad Gent, hoek Handbalstraat en Patijntjesstraat.
Zaterdag 14 oktober, 18 november, 9 december 2006, 27 januari, 10 februari, 17 maart, 21 april 2007 – telkens van 14u30 tot 16u30.

toegankelijkheid

Toegankelijk voor alle belangstellenden.
Niet-leden betalen een deelname in de kosten.

Klinisch Seminarie in de Toegepaste Psychoanalyse
"Verschijningsvormen van de overdracht in de hedendaagse kliniek"

“De overdracht alleen al vormt een bezwaar tegen de intersubjectiviteit” (le transfert fait à lui seul objection à l’intersubjectivité) (Lacan, 2001 [1967], 247). Zo maakt Lacan komaf met de imaginaire interpretatie van de overdracht als herhaling, met al zijn 'sentimentele' effecten in de vermeende verhouding van het ene subject (analysant) tot het andere (analyticus). In een eerste beweging situeert hij de overdracht in het symbolische, met de constituerende drieledigheid (constituant ternaire) (Lacan, 2001 [1967], 249) van het aan het weten verondersteld subject (sujet supposé savoir), en wat dit opwekt aan passies van het wezen (passions de l’être), de liefde in eerste instantie, maar ook haat en onwetendheid. Cruciaal daarin blijkt uiteindelijk de plaats van een latente referent (référent latent) (Lacan, 2001 [1967], 248), met het object a. Het onbewuste weten kent inderdaad een kern van reële, met een genot dat 'wars-van-betekenis' (hors-sens) is en aan elk weten ontsnapt. In de overdracht komt dus ook dat genot, deze driftmatige kant van het onbewuste tot uiting (le transfert est la mise en acte de la réalité de l’inconscient) (Lacan, 1973 [1964], p. 133). Onze kliniek is er een van het object, in die zin dat ze ook in de overdracht rekening houdt met een particuliere wijze van genieten, met het object a dat "meer en meer in het sociale zenit van onze moderniteit komt te staan” (la montée au zénith social de l’objet a) (Miller (2005 [2004]).
Aan de hand van een aantal vignetten wil het Klinisch Seminarie dit jaar de klemtoon leggen op de wijze waarop dit object, waarop het reële van een particulier genot, bij de aanvang van de kuur verschijnt, in wat men kan bestempelen als de 'geboorte' (naissance) van de overdracht. Zo zijn er inderdaad allerlei nieuwe modaliteiten van de vraag waarmee een subject zich tot een analyticus richt. Roy (2006) vermeldt ondermeer de bewegingsdrang (ADHD), niet kunnen stoppen met denken (OCD), allerhande verslavingen (eten, drinken, spelen), depressie, paniekaanvallen, het slachtoffer zijn … Zijn dit uiteindelijk niet allemaal uitingen van een teveel aan genot? De nieuwe vragen vertrekken in elk geval niet meer alleen vanuit een tekort, een 'tekort-aan-zijn' (manque-à-être). Hoe kan een psychoanalyticus daaraan nu een plaats geven, in de overdracht? En hoe onderscheidt de psychoanalyse zich op dat punt van therapeutische praktijken van sciëntistische signatuur – die het reële in de psychopathologie statistisch verkappen (Brousse, 2006), teneinde te komen tot de survival van de (economisch) meest 'efficiënte' behandelingen: op elk probleem-potje past een therapie-dekseltje – wat inderdaad impliceert dat er geen plaats meer is voor de overdracht.
Verantwoordelijken voor het Klinisch Seminarie zijn
Geert Hoornaert (hoornaert.geert@telenet.be)
Luc Vander Vennet (luc.vdvennet@skynet.be).

bibliografie

Brousse, M.-H. (2006). Fragmentation du père et ultra modernité, Quarto, 86, pp. 32-36.
Lacan, J. (1973 [1964]). Le Séminaire Livre XI (texte établi par J.-A. Miller): Les quatre concepts fondamentaux de la psychanalyse, Paris: Seuil, pp. 256
Lacan, J. ( 2001 [1967]). Proposition du 9 octobre 1967 sur le psychanalyste de l’Ecole. In: Autres Ecrits, Paris: Seuil, pp. 243-259.
Miller, J.-A. (2005 [2004]), Une fantaisie. Mental, 15, pp. 9-27.
Roy, D. (2006). Les cartels de la NLS “Vers Athènes”, NLS-Messager, 270, 26 mei 2006

methode

Een deelnemer brengt een klinisch fragment. De discussie wordt voorbereid en ingeleid door de verantwoordelijken voor het Klinisch Seminarie. Er wordt gerekend op een actieve conversatie met alle deelnemers, met inachtneming van de regels van de discretie.

plaats en data

Clubhuis van de stad Gent, hoek Handbalstraat en Patijntjesstraat.
Zaterdag 14 oktober, 18 november, 9 december 2006, 27 januari, 10 februari, 17 maart, 21 april 2007 – van 17u00 tot 18u30 (aansluitend op het theoretisch seminarie).

toegankelijkheid

Vooraf contact opnemen met de verantwoordelijken
Geert Hoornaert (hoornaert.geert@telenet.be) of Luc Vander Vennet (luc.vdvennet@skynet.be)
niet-leden van de Kring betalen een deelname in de kosten.

Gevalspresentaties met nabespreking

In het Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan te Brugge leidt Anne Lysy al enkele jaren een psychoanalytische gevalspresentatie.
De gevalspresentatie is een psychiatrische traditie die door Lacan radicaal is vernieuwd geworden vanuit de psychoanalyse – en die van daaruit een spilelement in de vorming van de psychoanalyticus is geworden. In de psychoanalytische gevalspresentatie gaat het niet meer om de illustratie van een algemeen ziektebeeld via een duidelijk 'geval', maar om een unieke en onvoorspelbare ontmoeting, 'geval per geval', waarbij een 'patiënt' (het gaat inderdaad om iemand die is opgenomen in de psychiatrie) de kans geboden wordt om te getuigen over het reële van zijn lijden en de antwoorden die hij daarop geeft. De aandacht gaat vooral naar de particulariteit van ieders symptoom als behandeling van het reële en de mogelijkheden om die verder uit te bouwen, of eventueel zelfs te komen tot de uitvinding van een nieuwe sintomatische behandeling daarvan.
Dit biedt kansen op effecten. In eerste instantie voor het subject in kwestie. Maar ook de psychiatrische dienst, die vragende partij is om impasses in het werk – diagnosestelling of behandeling – met de patiënt in kwestie te doorbreken, kan er baat bij vinden. En tenslotte kan de psychoanalytische gevalspresentatie ook voor de toehoorders een uniek leermoment vormen. Daartoe dienen de eerste discussie onmiddellijk na de presentatie en de later georganiseerde nabespreking (waarbij de probleemstelling, zoals naar voor gekomen in de presentatie, op grond van psychoanalytische literatuur uitgewerkt wordt).
Het spreekt vanzelf dat dergelijke ontmoetingen langs alle kanten tact en discretie veronderstellen, niet alleen bij degene die de gevalspresentatie leidt, maar ook bij de toehoorders. Vandaar ook de strenge voorwaarden inzake toegankelijkheid.
Verantwoordelijken voor de gevalspresentatie zijn Anne Lysy, die de gevalspresentatie leidt (alysy@newreal.be) en Jan De Clerck, die ter plaatse verantwoordelijk is (jan.declerck@azbrugge.be).

plaats en data
Gevalspresentatie

AZ Sint-Jan te Brugge
zaterdag 14 oktober en 9 december 2006, 10 februari en 21 april 2007
telkens van 11u tot 13u

Nabespreking

AZ Sint-Jan te Brugge
dinsdag 24 oktober en 19 december 2006, 27 februari en 8 mei 2007
telkens om 20u30

toegankelijkheid

Vooraf contact opnemen met de verantwoordelijken Anne Lysy (die de gevalspresentatie leidt) (alysy@newreal.be) of Jan De Clerck (die ter plaatse verantwoordelijk is) (jan.declerck@azbrugge.be).
Men engageert zich voor de reeks van vier presentaties.
Niet-leden van de Kring betalen een deelname in de kosten.

Tentoonstelling
"I won't be plucked of my feathers. Freud en de Internationaler Psychoanalytischer Verlag (1919-1938)"

Het Freud-jaar is de gedroomde gelegenheid om een van Freuds wensen, dat zijn 'zevende kind' hem zou overleven, op de valreep alsnog in vervulling te doen gaan. Dat 'zevende kind' is de Internationaler Psychoanalytischer Verlag, gesticht in 1919 en ter ziele gegaan in 1938.
Met deze eigen uitgeverij wou Freud de toen overhands toenemende stroom aan psychoanalytische publicaties niet alleen onafhankelijk maken van gevestigde uitgevers (met hun commerciële belangen), maar daarvoor ook een soort kwaliteitslabel creëren (die de wetenschappelijkheid van psychoanalytische publicaties moest bewaken).
Hoewel niet commercieel gericht was Freud ervan overtuigd dat dergelijke onderneming leefbaar was. Dat bleek niet het geval. Twintig jaar lang balanceerde der Verlag aan de rand van het failliet.
Een dieptepunt werd bereikt in 1932, toen Freud zijn als Bettelbrief beroemd geworden appel aan alle psychoanalytische verenigingen om financiële ondersteuning lanceerde. Daarin herinnert hij aan de collectieve schuld van de psychoanalytici tegenover der Verlag, die zoveel diensten had bewezen aan die psychoanalytische Sache. Maar hij doet daar ook nog eens een heel persoonlijke schep bovenop door eraan te herinneren dat zijn collega's slechts hebben kunnen publiceren dankzij het feit dat hij zijn eigen honoraria telkens weer in der Verlag pompte. "I won't be plucked of my feathers" (Lord Bacon), aldus een verbeten om het behoud van der Verlag strijdende Freud.
In samenwerking met het Museum Dr. Guislain en de Collectie Philippe Helaers organiseert de Kring van de NLS een tentoonstelling van het quasi volledige boekenbestand van der Verlag. Ook een aantal andere waardevolle documenten worden er voor het eerst getoond, waaronder de briefwisseling van de drie verantwoordelijke uitgevers (Otto Rank, Adolf Storfer, Martin Freud) met hun belangrijkste boekbinder (Hermann Scheibe). Tenslotte vindt men er ook nog enkele ephemera en iconografische documenten.

datum en plaats

Museum Dr. Guislain, J. Guislainstraat 43, 9000 Gent.
Van 8 tot 29 september 2006 – dinsdag-vrijdag van 9u tot 17u, zaterdag-zondag van 13u tot 17u
Zondag 24 september van 10u tot 12u30 (tijdens de Conversatie van het NLS-weekend).

toegankelijkheid

5 € (met toegang tot alle andere tentoonstellingen en verzamelingen).
Kortingen en groepen 2,5 €.
Vrij toegankelijk voor deelnemers tijdenshet NLS-weekend van 23-24 september 2006.

info

Lieven Jonckheere
09 2232100 – lieven.jonckheere@skynet.be – http://www.kring-nls.org/
Frederik De Preester
09 2163536 – info@museumdrguislain.be – www.museumdrguislain.be
Philippe Helaers
052 451077 – philline.helaers@scarlet.be

terug

III. GEORGANISEERD DOOR LEDEN VAN DE KRING

Het staat de leden van de Kring vrij om zelf activiteiten te organiseren. Het bureau werd op de hoogte gebracht van de volgende activiteiten, die in de lijn lijken te liggen van de door de Kring aangehangen psychoanalytische ethiek. Dat belet uiteraard niet dat iedereen afzonderlijk daarvoor de volle verantwoordelijkheid behoudt: "iedereen onderwijst op eigen risico en gevaar" (chacun enseigne à ses propres risques et périls).


Werkseminarie: Lacans School en de passe

"Zevende reeks (2006-2007): Symptoom en Affect"
thema en gasten

Vorig jaar was het werkseminarie over Lacans School en de passe gewijd aan het concept en de ervaring van de passe in het zogenaamde post-proposition 1967 tijdperk. In de jaren zeventig had Lacan het over de finaliteit van de psychoanalyse in termen van een “savoir y faire avec son symptôme”. Onze beide gasten belichtten elk op hun manier de implicaties van deze opvatting van de passe.
Marie-Hélène Brousse, die zelf Psychoanalytica van de School was (Analyste de l'Ecole of A.E.), van 1992 tot 1995, getuigde vanuit haar ervaring als lid van de kartels van de passe, maar ook vanuit haar praktijk, over de moeilijkheid om het uiterst singuliere te vatten. Waaraan kan men de A.E. herkennen, hoe formuleren we een distinctief kenmerk nadat de noties van réveil en franchissement plaats gemaakt hebben voor die van 'nieuwe arrangementen'?
Laure Naveau belichtte in haar passe de lotsbestemming van het symptoom vanuit het object en de act, maar ook vanuit de notie van de 'nominatie' die bij de latere Lacan een concretisering vormt van dat 'nieuwe arrangement', van de nieuwe lotsbestemming van het symptoom.
Dit jaar gaan we verder op de ingeslagen weg. Ook dit jaar is het programma weer opgebouwd rond twee gastsprekers, met elk hun eigen invalshoek om de passe te belichten in het post-proposition tijdperk.
Onder de titel "Adieu tristesse. Les affects en fin d’analyse" gaan we met Patrick Monribot dieper in op een vraag die al aan de horizon verscheen van zijn tekst rond de vader, de overdracht en de passe, die we vorig jaar onder de loep namen. Dat is de vraag van het affect aan het eind van de kuur, en zijn verknoping met het symptoom. In Préface à l’édition anglaise du Séminaire XI heeft Lacan het over “la satisfaction qui marque la fin de l’analyse” (2001 [1976]). Elders valt de notie van het enthousiasme.
Rose-Paule Vinciguerra is een A.E. in functie. De ontmoeting met haar bereiden we voor door een aandachtige lezing van haar getuigenis(sen), volgens de beproefde formule van vorig jaar.

bibliografie
Referenties in verband met de passe in het post-proposition tijdperk:

Horne, B. (1997). L’Autre qui n’existe pas et l’expérience de la passe (avec des commentaires d’E. Laurent et J.-A. Miller), La Cause freudienne, 36, pp. 99-111.
Lacan, J. (1973). Sur l’expérience de la passe, Ornicar?, 12/13, pp. 117-123.
Lacan, J. (1979 [1976-1977]). Le Séminaire livre XXIV (texte établi par J.-A. Miller): L’insu que sait de l’une-bévue s’aile à mourre (16 novembre 1976), Ornicar?, 12/13, pp. 5-9.
Lacan, J. (2005 [1974]). Le triomphe de la religion, Paris: Seuil.
Miller, J.-A. (2001). Psychanalyse pure, psychanalyse appliquée & psychothérapie, La Cause freudienne, 48, pp. 7-35.
Miller, J.-A. (2001). Le réel est sans loi, La Cause freudienne, 49, pp. 7-19.
Miller, J.-A. (2002). Le dernier enseignement de Lacan, La Cause freudienne, 51, pp. 7-32.

Referenties van Patrick Monribot:

Lacan, J. (2001 [1973]). Télévision. In: Autres Ecrits, Paris: Seuil,
pp. 526-527.
Lacan, J. (2001 [1976]). Préface à l’édition anglaise du Séminaire XI.
In : Autres Ecrits, Paris: Seuil, pp. 571-573.
Laurent, E. (1988). La passe: enthousiasme et béatitude, Quarto, 31,
pp. 37-39.
Laurent, E. (1996). Vers un affect nouveau, La Lettre mensuelle, 149,
pp. 7-9.
Leguil, F. (1991). La clinique du “plutôt maniaco-dépressivement” et la garantie de l’Ecole, Actes de l’Ecole de la Cause freudienne, 18, pp. 119-122.
Miller, J.-A. (1986). A propos des affects dans l’expérience analytique, Actes de l’Ecole de la Cause freudienne, Les affects et l’angoisse dans l’expérience psychanalytique, 10, pp. 119-125.
Monribot, P. (2000). Les maux de passe, La Lettre mensuelle, 187, pp. 14-17.

Rose-Paul Vinciguerra over haar passe:

Vinciguerra, R.-P. (2006). Enlèvement au sérail, la Cause freudienne, 62, pp. 127-133.

plaats en data

VBJK, Raas Van Gaverestraat 67a, 9000 Gent.
Vrijdagavond 17 november en 15 december 2006 en 2 februari, 9 maart, 23 maart en 27 april 2007 – telkens van 21 tot 23u.
Patrick Monribot komt op 15 december 2006.
Rose-Paule Vinciguerra komt op 23 maart 2007.

verantwoordelijken

Lieve Billiet, lieve.billiet@skynet.be
Geert Hoornaert, hoornaert.geert@telenet.be
Anne Lysy, alysy@newreal.be
Luc Vander Vennet, luc.vdvennet@skynet.be

toegankelijkheid

Toegankelijk voor alle belangstellenden.
Deelname in de kosten.

Delegatie Brugge

Leden van de Kring in Brugge organiseren een aantal activiteiten die zich meer richten op een lokaal publiek.
Deze activiteiten worden gecoördineerd door Peter Decuyper, die binnen het Bureau van de Kring de afgevaardigde van de Kring voor de delegatie Brugge is.

Leesgroep 'Overdracht'

We staan stil bij Lacans invulling, in de eerste periode van zijn onderwijs, van het concept van de overdracht, en dan vooral de verhouding van de overdracht tot suggestie, liefde, verlangen en drift. De behandeling van de overdracht gebeurt op dat moment voornamelijk via de interpretatie.

bibliografie

Séminaire V: Les formations de l’inconscient (chapitre 15 Transfert et suggestion)
Séminaire VIII : Le Transfert
Séminaire XI: Les quatre concepts fondamentaux de la psychanalyse (deel 3 Le transfert et la pulsion)

methode:

Joost Demuynck, Peter Decuyper, Erik Mertens en Tine Van Belle leiden elk een avond in

waar:

Hof van Watervliet, Oude Burg 27, 8000 Brugge

wanneer:

donderdag 12 oktober, 9 november, 7 december 2006 en 11 januari 2007 – telkens om 21u

info:

Peter Decuyper – 050 37.12.88 – peter.decuyper1@telenet.be

prijs:

deelname in de onkosten

Werkgroep ‘Psychoanalyse en kinderen’:
"Het kind en zijn familie"

Deze werkgroep wil mensen bijeen brengen die werken met kinderen en adolescenten in een ambulante praktijk of in instellingsverband, om te spreken over de moeilijkheden die elkeen er ontmoet. Hoe probeert men tussen te komen en iets te bewerken? We trachten die moeilijkheden te vertalen in vragen en hypothesen, die we onderbouwen met teksten van Freud, Lacan en Miller.
Dit werkjaar richten we onze aandacht niet alleen op het werk met de ouders, maar ook op de verhouding tussen kinderen/adolescenten en hun familie.
We vertrekken vanuit volgende vragen. Wat is een familie voor de psychoanalyse? Wat is de structurele kern, binnen de diversiteit aan familievormen de dag van vandaag, die de subjectwording van een kind mogelijk maakt? Kunnen we in dit verband nog van een Oedipuscomplex spreken? Hoe verhoudt een psychoanalytisch georiënteerde instelling zich tot de familie van de kinderen die ze onthaalt?

methode:

elke bijeenkomst bestaat uit twee delen: een theoretische inleiding en een klinische probleemstelling/gevalsbeschrijving door één van de deelnemers.

waar:

Hof van Watervliet, Oude Burg 27, 8000 Brugge

wanneer:

donderdag 8 februari, 8 maart, 3 mei en 7 juni 2007 – telkens om 20u30

info:

Peter Decuyper – 050 371288 – peter.decuyper1@telenet.be

prijs:

deelname in de onkosten

Werkgroep psychoanalyse en maatschappij
"Hedendaagse vormen van het onbehagen in de cultuur:
Spreken & verlangen, zonder formats maar niet zonder wetten"

Het onbehagen in onze hedendaagse cultuur heeft veel te maken met de formattering van het spreken en de daaruit voortvloeiende dictatuur van het genot van het object. Heden mogen we alles zeggen, ja, we moeten zelfs – maar dan wel binnen de gegeven formats voor het spreken, die men verkoopt als een uiting van respect voor het woord van de Ander. Anderzijds moeten we het ene na het andere object consumeren, waardoor we uiteindelijk zelf object worden. Het tekort van het verlangen wordt het zwijgen opgelegd, en we worden onder het genot gestort.
Deze trend toont zich op diverse terreinen: politiek, economie, onderwijs, opvoeding, gezondheidszorg, cultuur, media, …
In 2006-2007 zal de werkgroep nagaan in hoeverre toonaangevende figuren uit die verschillende terreinen in Vlaanderen gevoelig zijn voor bovenstaande analyse. We zullen hen uitnodigen, met hen in gesprek proberen te gaan. En ondertussen zullen we ook zelf onze standpunten terzake blijven documenteren en aanscherpen.
In de loop van 2007-2008 zou dit moeten resulteren in de organisatie van een openbare studiedag.

genodigden en data

info volgt via KringNLSNu!

terug

IV. ELDERS IN DE NLS EN DE WAP

De activiteiten georganiseerd door de NLS (de weekends, het project “nouages” en de kartels van de NLS) en door het Bureau (het dubbel seminarie en de gevalspresentaties) vormen samen de ruggengraat van het programma van de Kring. Omdat de Kring zich inschrijft binnen de NLS en de WAP, kan dit programma niet los gezien worden van verschillende activiteiten die ergens anders in deze Scholen worden georganiseerd. Het Bureau wil in het bijzonder uitnodigen deel te nemen aan de volgende activiteiten:

XXXV Journées de l’Ecole de la Cause freudienne:
"L’envers des familles"

Parijs, 21 en 22 oktober 2006
www.causefreudienne.org

Vijfde congres NLS:
"Naissances du transfert: installation et maniement du transfert psychanalytique"

Athene, 19 en 20 mei 2007
www.amp-nls.org

 

terug

V. links VAN DE KRING

Sinds verschillende jaren is De Oor-Zaak, Centrum voor Psychoanalyse, actief in Brugge op het gebied van de psychoanalyse. Deze vzw is niet aangesloten bij de School. Zij organiseert activiteiten gericht op een eerste kennismaking met de psychoanalytische ethiek, theorie en praktijk voor een lokaal publiek.

jubileum

De Oor-Zaak viert dit jaar haar twintigste verjaardag. Opgericht op 28 oktober 1986 beoogt deze VZW de verspreiding van het freudiaanse en lacaniaanse gedachtegoed. Het psychoanalytisch landschap verandert voortdurend. Maar Freud is nog altijd niet dood en Lacans verlangen brandt heviger dan ooit tevoren. Dat verifieert de Oor-Zaak nu al twintig jaar, in het spoor van Jacques-Alain Miller, via voordrachten, inleidende reeksen en "Cahier, Tijdschrift voor Psychoanalyse en Cultuur". De belangstelling daarvoor tijdens de afgelopen twee decennia toont dat er een vraag blijft. De overdracht op de psychoanalyse blijft. In dit jubileumjaar, tevens Freuds 150ste geboortejaar, nodigt de Oor-Zaak uit op zes inleidende voordrachten.

Sprekers en data

Joost Demuynck – "Het lichaam in alle staten" donderdag 28 september 2006 om 20u30
Stefan Verlinden – "Het symptoom als behandeling" donderdag 26 oktober 2006 om 20u30
Jan Dejonghe – "Spoedinterventie bij psychische crisissituaties" – donderdag 30 november 2006 om 20u30
Nathalie Laceur – "Psychoanalyse en de hedendaagse psychiatrie" – donderdag 1 maart 2007 om 20u30
Stijn Vanheule – "Gokken op geluk - over neurose en therapeutische ambitie" – donderdag 29 maart 2007 20u30
Miet De Muynck – "Over schaamte en terughoudendheid"
donderdag 26 april 2007 om 20u30

plaats

Hof van Watervliet, Oude Burg 27 – 8000 Brugge

info

Jan Dejonghe (voorzitter De Oor-Zaak) 057 203935
dejonghe.jan@telenet.be

 
 




 
 
CONTACT
 

Agenda van het jaar 2007-2008

Publicatie:

iNWiT

sKRIPtA