kartel en school
In zijn Stichtingsakte van 1964 introduceerde Jacques Lacan het kartel als werkinstrument voor de School als werkgemeenschap. In elke lacaniaanse School, dus ook in de NLS, is dat kartel nog steeds een belangrijk werkinstrument. Een kartel bestaat uit vier personen die vooreerst elkaar kiezen om samen te werken rond hetzelfde onderwerp, en die vervolgens ook nog een plus-un kiezen om erover te waken dat het werk vruchten afwerpt: elk kartellid wordt immers verondersteld om na een redelijke termijn naar buiten te komen met een individueel product (waarvan het onderwerp bij het begin wordt bepaald). Concreet betekent zulks dat een kartel in principe niet veel langer kan duren dan twee jaar. Bedoeling is dat in een School iedereen met verschillende anderen samenwerkt rond verschillende onderwerpen. Die anderen hoeven overigens niet noodzakelijk alleen maar leden van de Kring of van de School te zijn.

Het kartel heeft als doel het weten te laten circuleren op een niet-hiërarchische manier, doordat iedereen naast elkaar, elk vanuit zijn singuliere verhouding tot dat weten, samenwerkt. Het kartel is in essentie anti-didactisch.

Over de jaren heen zijn ook andere vormen van kartel dan het ‘klassieke’ kartel (4+1 leden die gedurende een of twee jaar samenkomen) ontstaan. Zowel het aantal leden als frequentie en duur van het samenwerken kunnen sterk variëren. Het principe van voldoende permutatie blijft echter een cruciaal principe, ook vandaag. De principes van het kartel zijn immers belangrijker dan de regels ervan.

Ook zijn er internationaal samengestelde kartels, die digitaal verlopen (zie ‘e-kartels’).


Volg ons op

#