U bent hier: » GEORGANISEERD DOOR HET BUREAU VAN DE KRING

GEORGANISEERD DOOR HET BUREAU VAN DE KRING

Het Bureau organiseert drie activiteiten:

 

 

 

 

 

Theoretisch Seminarie in Lacans Onderwijs:

Een symptoom lezen in de hedendaagse praktijk van de psychoanalyse

 

  • Argument
‘Een symptoom lezen’: dat is de titel van het volgende congres van de New Lacanian School (Tel Aviv, juni 2012). Naar goede gewoonte neemt het theoretisch seminarie van de Kring deze titel over, om daar rond aan het werk te gaan, zij het met een aantal eigen accenten.
Jacques-Alain Miller stelde deze titel voor tijdens het laatste NLS-congres te Londen, vanuit “de lessen die ik wekelijks in Parijs geef en waarin ik in het reine probeer te komen met Lacan én de hedendaagse praktijk van de psychoanalyse, een praktijk die niet meer helemaal of misschien zelfs helemaal niet meer die van Freud is.”  ‘Een symptoom lezen’ sluit aan bij wat Miller eerder al Lacans ‘tout dernier enseignement’ noemde – wat inderdaad neerkomt op een accentverschuiving tegenover de freudiaanse praktijk die een symptoom enkel leest als metafoor, als onbewuste waarheid die zich via het lichaam toont.
  • Freud
Een treffend voorbeeld van deze freudiaanse lezing van een symptoom als onbewuste waarheid die zich via het lichaam toont, vinden we terug in de gevallenstudie over Dora. Voor Freud is Dora’s afonie “symbolisch als volgt te duiden: wanneer de man van wie ze hield ver weg was, zag zij van het spreken af; dat had zijn waarde verloren omdat ze niet met hem kon spreken."  De afonie is een substitutie van de afwezige en verdrongen (ge)liefde.
Belangrijk is dat Freud onderlijnt dat deze substitutie niet zonder rest is. Het symbolische of de substitutie, waarin wij vanuit Lacan het mechanisme van de metafoor herkennen, verklaart inderdaad niet alles. Daarnaast maakt Freud dan ook melding van "een zekere somatische tegemoetkoming" . Dat doet hij niet alleen in het geval van Dora, maar bijvoorbeeld ook in 'De psychogene visuele stoornis bezien vanuit het standpunt van de psychoanalyse' : "Het symptoom kan niet tot stand komen zonder een zekere somatische tegemoetkoming, waarin wordt voorzien door een normaal of pathologisch proces in of aan een van de lichaamsorganen. Het komt niet vaker dan één keer tot stand - en tot de kenmerken van het hysterische symptoom behoort het vermogen zich te herhalen - tenzij het een psychische betekenis, een zin heeft. Het hysterische symptoom heeft deze zin niet al van zichzelf, deze wordt aan het symptoom verleend, er als het ware aan vastgesoldeerd, en van geval tot geval kan het een andere zin zijn, al naar de aard van de onderdrukte gedachten die ernaar streven zich te uiten. (...) Voor de therapie zijn de in het accidentele psychische materiaal gegeven determinanten het belangrijkst; men heft de symptomen op door naar hun psychische betekenis te speuren."  We citeerden Freud uitvoerig, omdat hij hier een aantal kenmerken van het symptoom vermeldt die Lacan later verder zal uitwerken: er wordt “een zin aan het symptoom vastgesoldeerd”, er is een “herhaling”, er is “accidenteel psychisch materiaal”, en het symptoom wordt opgeheven door er zin aan te verlenen.
 
Waar Freud in de psychische formaties vooral het symbolische benadrukt, zal hij in het symptoom geleidelijk aan meer nadruk leggen op de (partiële) driften. Die  accentverschuiving is reeds vast te stellen in zijn tekst over de ‘Psychogene visuele stoornis’: “Wanneer de seksuele partiële drift die gebruikmaakt van het kijken, de seksuele kijklust, vanwege haar extreme eisen het verzet van de Ik-driften heeft uitgelokt, zodat de voorstellingen waarin het streven zich uitdrukt aan verdringing ten prooi vallen en ervan worden weerhouden bewust te worden, dan is daarmee de relatie van het oog en het zien met het Ik en het bewustzijn als zodanig verstoord. Het Ik heeft zijn heerschappij over het orgaan verloren, dat zich nu geheel aan de verdrongen seksuele drift ter beschikking stelt." 
  • Lacan
In zijn seminarie leest Miller Lacans onderwijs als een work in progress – wat hem sinds enkele jaren ‘de laatste Lacan’ doet articuleren met ‘de Lacan van de taal en de symbolische orde’. Dit jaar vertrok Miller vanuit de oppositie tussen Etre/Sinn en Existence/Bedeutung. Er is het symptoom waaraan men een zin verleent die beschrijvend en variabel is en die met de betekenaar te maken heeft. Miller noemt deze betekenaar “retorisch” omwille van het verband met 'het goede spreken', dat dialectisch is en, bij de eerste Lacan dan toch, tot de opheffing van het symptoom kan leiden. Hiertegenover plaatst hij de ‘existentie’ verwijzend naar Heideggers 'ek-sistentie' - wat erbuiten staat (ek-sistere); wat buiten het imaginaire en het symbolische staat. Deze existentie is niet variabel en ligt langs de kant van het reële - als dat wat steeds op dezelfde plaats terugkeert. We treffen haar bijvoorbeeld aan in de seksueringsformules die Lacan in zijn twintigste seminarie, Encore, schrijft. Er is geen seksuele verhouding, "il n'y a pas de rapport sexuel", maar er is wel de Eén, “Y a d’ l'Un”.
 
In zijn eerste onderwijs legt Lacan de klemtoon op het talige van het symptoom. Het symptoom is een metafoor, een bepaalde verhouding tussen betekenaars, waarvan de betekenis (sens) voorlopig onbekend is. Het doel van de analyse is die betekenis bewust te laten worden, te laten zijn (être). 
 
Lacans tweede onderwijs draait rond de niet-verhouding, vanuit het niet kunnen schrijven van de seksuele verhouding. Een antwoord op die niet-verhouding is het sinthoom. Waar het symptoom een metafoor is en dus een betekenis heeft, is het sinthoom een evenement, een evenement op het gebied van het genot, en dus een lichamelijk evenement. Dat sinthoom is inderdaad het teken dat het spreekwezen in zijn lichaam onherroepelijk gemarkeerd is door een letter (Un) die het genot in of op het lichaam fixeert. Het heeft dan ook altijd iets van de verslaving, in de mate dat de oorspronkelijk niet gearticuleerde betekenaar zich daarin constant herhaalt.  Die  herhaling is van een andere orde dan die van de metonymie of de herhaling van de vraag waarin de leegte van het verlangen haar weg zoekt. De herhaling in het sinthoom houdt verband met de schriftuur, met de letter die zich als trek heeft ingeschreven. Een voorbeeld vinden we bij kleine Hans, met de einziger Zug, de trek  die een genot in zijn Wiwimacher inschrijft. 
  • Een symptoom lezen  … in de hedendaagse praktijk van de psychoanalyse
Wanneer we het vandaag hebben over het lezen van een symptoom, dan gaat het niet over de ontcijfering van gearticuleerde betekenaars, maar over het lezen van dergelijke trekken, letters, over het lezen van die Eén alleen.  Dat leidt dan niet tot een eventueel bevrijdende betekenis (sens), maar tot de onderkenning van een vorm van fixatie.
 
Het is deze accentverschuiving in Lacans onderwijs die we dit jaar onder de loep zullen  nemen. We zullen dit uiteraard niet doen zonder ons ook de vraag te stellen naar de implicaties voor de hedendaagse praktijk van de psychoanalyse.
  • bibliografie
We verwijzen naar de bibliografie van het Xde Congres van de NLS, in deze brochure (pp. 11-12)
verantwoordelijken
Joost Demuynck en Nathalie Laceur
  • waar
Clubhuis van de stad Gent, hoek Handbalstraat en Patijntjesstraat, 9000 Gent
  • wanneer
24 september 2011, 19 november 2011, 17 december 2011, 21 januari 2012, 24 maart 2012, 2 juni 2012 – telkens van 14h30 tot 16h30
  • toegankelijkheid
Voor alle belangstellenden
 
Niet-leden van de Kring betalen een deelname in de kosten


 
Klinisch Seminarie in de Toegepaste Psychoanalyse


 
"Hoe lezen we een symptoom in onze hedendaagse kliniek?"

 
  • argument
De categorie van ‘symptoom’ heeft meerdere acceptaties binnen de psychoanalyse. De benadering die tijdens het komend werkjaar geprivilegieerd wordt vertrekt van een vraag die Jacques-Alain Miller in de oriënterende voordracht die hij te Londen bracht, als volgt formuleert : “”Waar is het reële in de psychoanalyse” ?.
Het symptoom is zeker – en het gaat hier om de meest klassieke stelling van de psychoanalyse, deze waarmee Freud een resem fenomenen die voorheen als onzinnig werden beschouwd, binnen het ethische register van de subjectieve waarheid inschreef -  een formatie van het onbewuste, die, zoals de droom of de faalact, doorheen de muur van het ego breekt. De essentiële kenmerken van het op het model van de faalact geschoeide symptoom zijn de kortstondigheid en het voorbijgaande; het symptoom uit de psychopathologie van het alledaagse leven is dermate vluchtig – het duikt op en verdwijnt terug - dat het subject dat eraan ten grondslag zou liggen niets meer dan een hypothese is – een verondersteld subject, waaraan geen consistentie en geen ‘bestaan’ kan toegewezen worden.
Het is dan ook in de herhaling dat Freud het criterium situeerde om van een symptoom als dusdanig te kunnen spreken; in de permanentie onderscheidt het zich van de andere onbewuste formaties. Deze permanentie van het symptoom toont ons immers een dimensie die ontsnapt aan de dialectiek, die bij machte zou zijn om het symptoom op te heffen indien daar enkel het register van de waarheid werkzaam zou zijn. De macht van de dialectiek vindt haar grens in het reële van de herhaling, waar een rest van het symbolisch proces telkens op dezelfde plaats terugkeert. Er is iets dat niet ‘spreekt’, en dat Freud op het conto van de bevrediging inschreef: het symptoom is niet enkel een verhulde waarheid van het subject, het is ook een wijze van genieten van een spreekwezen, die zich niet verhult, maar eist, bevrediging eist, en in die eis voorbijgaat aan de belangen van het subject.
Van het symptoom als herhaling belanden we aldus bij het symptoom als rest. Binnen deze optiek wordt het symptoom bewoond door een ‘bout de réel’’, een brok reële. Deze ‘brok’ is een niet-gearticuleerde rest, waar de ‘slag’ van de materialiteit van de betekenaar op het lichaam zich als letter heeft ingeschreven. Het symptoom is hier een gedenksteen van het initiële effect van de betekenaar op het lichaam, van de impact van de taal op het genot van dit lichaam, die in deze ontmoeting met woorden gemerkt en verstoord wordt. Het symptoom ontsluit hier dit genot, dat langs de ene kant met ‘zin’ zal worden bezet, teneinde het subjectief interpreteerbaar te maken, terwijl het tevens puur spoor zal blijven van een origineel evenement, dat zich op het lichaam inschreef, en zich als dusdanig – als lichaamsevenement en als niet-interpreteerbaar - zal herhalen.
Het is deze reële helling van het symptoom die we dit jaar in het licht willen plaatsen, en wel vanuit de vraag van de kliniek. Want de ‘Janus’ van het symptoom leidt ook onze kliniek naar een tweesprong. Indien het symptoom uit de ‘zin’ voortvloeit zal de interpretatie die enkel de symbolische, metaforische dimensie van het symptoom weerhoudt, onvermijdelijk het symptoom voeden. Elke nieuwe articulatie die in de interpretatie aangeboden wordt dikt het symbolisch weefsel dat het lichaamsevenement verhult aan, en leidt van het reële weg middels de ‘zin’.
Lacan had iets geheel anders voor met de analytische kuur. Hij waarschuwde voor de vraatzucht van het symptoom, dat zich voedt met ‘zin’ : “Le symptôme se présente comme un petit poisson dont le bec vorace ne se referme qu’à se mettre du sens sous le dent” (Le Troisième, 1975). Hij onderlijnde dat voorbij de ontcijferbare enveloppe van het symptoom-als-boodschap  het symptoom-als-genot ligt, dat niet aan de Ander gerefereerd moet worden, maar aan het lichaam en de Eén. Verwijst het ‘klassieke’ symptoom naar het subjectief antwoord op de universele afwezigheid van de seksuele relatie, dan betreft de productie van het zogenaamde sinthoom op het einde van de kuur de singuliere wijze waarop dit subject zich verhoudt tot iets wat wel degelijk bestaat, en op zeer reële wijze: de seksualiteit. Voor Lacan moet het analytisch discours deze horizon van het sinthoom voor ogen houden, zonder dewelke haar tactiek tot ‘geklets’ (bavardage) en haar politiek tot ‘zwendel’’ (escroquerie) dreigt te verworden.
Binnen de kuur moet het ‘lezen van het symptoom’ dus steeds het luisteren vergezellen, teneinde het van zin te spenen, en het terug te voeren tot het evenement dat op het niveau van de letter ingeschreven werd. We zullen in het klinisch seminarie dan ook aandacht hebben voor de variëteit van wat zich presenteert als ‘lectuur’ van het symptoom, wanneer men afstand neemt van de semantiek. Het gegeven dat de inaugurale en traumatische ontmoeting  tussen de Eén-alleen (Un-tout-seul) van de betekenaar en het lichaam zich in de psychose à ciel ouvert herhaalt, betekent niet dat we daar zonder meer de omgekeerde weg hebben te belopen. Ook daar kan het uiterst aangewezen zijn om in de antwoorden die we aan het subject geven, ons eerder op de letter dan op de betekenaar te oriënteren, teneinde niet tot de waanvorming, eigen aan het semantische register, aan te sporen.
De lectuur van het symptoom, binnen de verschillende structuren, en met de instrumenten die geschikt zijn om aan haar reële dimensie te raken – dit is de thematiek die we dit jaar uit onze casuïstiek willen lichten.
  • verantwoordelijken
Geert Hoornaert (hoornaert.geert@telenet.be)
Luc Vander Vennet (luc.vdvennet@skynet.be)
  • bibliografie

We verwijzen verder naar het argument en de te verschijnen bibliografie van het congres.

  • methode

Een deelnemer brengt een klinisch fragment. Voor het leiden van de discussie laten de verantwoordelijken van het klinisch seminarie zich bijstaan door twee medewerkers. Voor het komende jaar zijn dit Lieve Billiet en Erik Mertens. In een wisselende samenwerking oriënteren zij de conversatie. Er wordt gerekend op een actieve conversatie met alle deelnemers, met inachtneming van de regels van de discretie.

  • plaats en data

Op zaterdag 19 november, 17 december 2011, en op zaterdag
21 januari, 2 juni 2012, telkens van 17u00 tot 18u30
(aansluitend op het theoretisch seminarie)
Clubhuis van de stad Gent, Patijntjesstraat 62, 9000 Gent

  • toegankelijkheid

Het Klinisch Seminarie is niet zomaar toegankelijk voor het algemene publiek.
Nieuwe deelnemers dienen liefst enkele weken op voorhand contact op te nemen met de verantwoordelijken:
Geert Hoornaert (hoornaert.geert@telenet.be)
of Luc Vander Vennet (luc.vdvennet@skynet.be).


Niet-leden van de Kring betalen een deelname in de kosten.

 


Gevalspresentaties

 

In het Algemeen Ziekenhuis Sint-Jan te Brugge leidt Anne Lysy al enkele jaren een psychoanalytische gevalspresentatie. De gevalspresentatie is een psychiatrische traditie die door Lacan radicaal is vernieuwd geworden vanuit de psychoanalyse – en die van daaruit een spil in de vorming van de psychoanalyticus is geworden. In de psychoanalytische gevalspresentatie gaat het niet meer om de illustratie van een algemeen ziektebeeld via een duidelijk ‘geval’, maar om een unieke en onvoorspelbare ontmoeting, ‘geval per geval’, waarbij een ‘patiënt’ (het gaat inderdaad om iemand die is opgenomen in de psychiatrie) de kans geboden wordt om te getuigen van het reële van zijn lijden en de antwoorden die hij daarop geeft. De aandacht gaat vooral naar de particulariteit van ieders symptoom als behandeling van het reële en de mogelijkheden om die verder uit te bouwen, of eventueel zelfs te komen tot de uitvinding van een nieuwe sinthomatische behandeling daarvan.

Dit biedt kansen op effecten. In eerste instantie voor het subject in kwestie. Maar ook de psychiatrische dienst, die vragende partij is om impasses in het werk – diagnosestelling of behandeling – met de patiënt in kwestie te doorbreken, kan er baat bij hebben. En tenslotte kan de psychoanalytische gevalspresentatie ook voor de toehoorders een uniek leermoment vormen. Daartoe dient de discussie die onmiddellijk aansluit bij de presentatie.

Het spreekt voor zich dat een gevalspresentatie tact en discretie veronderstelt, zowel bij degene die de gevalspresentatie leidt, als bij de toehoorders. Vandaar ook de strenge voorwaarden inzake toegankelijkheid.
  • verantwoordelijken
Anne Lysy, die de gevalspresentatie leidt (alysy@newreal.be
Jan De Clerck, die ter plaatse verantwoordelijk is (jan.declerck@azbrugge.be).
  • plaats en data
AZ Sint-Jan te Brugge
 
zaterdag 19 november en 17 december 2011, zaterdag 21 januari en 24 maart 2012
 
telkens van 10u30 tot 13u (nieuw aanvangsuur)
  • toegankelijkheid
Enkel toegankelijk op grond van een gesprek: uiterlijk voor 22 oktober 2011 contact opnemen met de verantwoordelijken:
 
Anne Lysy (anne.lysy@newreal.be)
of Jan De Clerck (jan.declerck@azbrugge.be)

Men engageert zich voor de reeks van vier presentaties.

De presentaties staan niet los van het volgen van de seminaries van de Kring.
Niet-leden van de Kring betalen een deelname in de kosten.