GEORGANISEERD DOOR HET BUREAU VAN DE KRING
Het Bureau organiseert drie activiteiten:
Theoretisch Seminarie in Lacans Onderwijs:
Een symptoom lezen in de hedendaagse praktijk van de psychoanalyse
- Argument
- Freud
Belangrijk is dat Freud onderlijnt dat deze substitutie niet zonder rest is. Het symbolische of de substitutie, waarin wij vanuit Lacan het mechanisme van de metafoor herkennen, verklaart inderdaad niet alles. Daarnaast maakt Freud dan ook melding van "een zekere somatische tegemoetkoming" . Dat doet hij niet alleen in het geval van Dora, maar bijvoorbeeld ook in 'De psychogene visuele stoornis bezien vanuit het standpunt van de psychoanalyse' : "Het symptoom kan niet tot stand komen zonder een zekere somatische tegemoetkoming, waarin wordt voorzien door een normaal of pathologisch proces in of aan een van de lichaamsorganen. Het komt niet vaker dan één keer tot stand - en tot de kenmerken van het hysterische symptoom behoort het vermogen zich te herhalen - tenzij het een psychische betekenis, een zin heeft. Het hysterische symptoom heeft deze zin niet al van zichzelf, deze wordt aan het symptoom verleend, er als het ware aan vastgesoldeerd, en van geval tot geval kan het een andere zin zijn, al naar de aard van de onderdrukte gedachten die ernaar streven zich te uiten. (...) Voor de therapie zijn de in het accidentele psychische materiaal gegeven determinanten het belangrijkst; men heft de symptomen op door naar hun psychische betekenis te speuren." We citeerden Freud uitvoerig, omdat hij hier een aantal kenmerken van het symptoom vermeldt die Lacan later verder zal uitwerken: er wordt “een zin aan het symptoom vastgesoldeerd”, er is een “herhaling”, er is “accidenteel psychisch materiaal”, en het symptoom wordt opgeheven door er zin aan te verlenen.
- Lacan
- Een symptoom lezen … in de hedendaagse praktijk van de psychoanalyse
- bibliografie
- waar
- wanneer
- toegankelijkheid
Klinisch Seminarie in de Toegepaste Psychoanalyse
"Hoe lezen we een symptoom in onze hedendaagse kliniek?"
- argument
Het symptoom is zeker – en het gaat hier om de meest klassieke stelling van de psychoanalyse, deze waarmee Freud een resem fenomenen die voorheen als onzinnig werden beschouwd, binnen het ethische register van de subjectieve waarheid inschreef - een formatie van het onbewuste, die, zoals de droom of de faalact, doorheen de muur van het ego breekt. De essentiële kenmerken van het op het model van de faalact geschoeide symptoom zijn de kortstondigheid en het voorbijgaande; het symptoom uit de psychopathologie van het alledaagse leven is dermate vluchtig – het duikt op en verdwijnt terug - dat het subject dat eraan ten grondslag zou liggen niets meer dan een hypothese is – een verondersteld subject, waaraan geen consistentie en geen ‘bestaan’ kan toegewezen worden.
Het is dan ook in de herhaling dat Freud het criterium situeerde om van een symptoom als dusdanig te kunnen spreken; in de permanentie onderscheidt het zich van de andere onbewuste formaties. Deze permanentie van het symptoom toont ons immers een dimensie die ontsnapt aan de dialectiek, die bij machte zou zijn om het symptoom op te heffen indien daar enkel het register van de waarheid werkzaam zou zijn. De macht van de dialectiek vindt haar grens in het reële van de herhaling, waar een rest van het symbolisch proces telkens op dezelfde plaats terugkeert. Er is iets dat niet ‘spreekt’, en dat Freud op het conto van de bevrediging inschreef: het symptoom is niet enkel een verhulde waarheid van het subject, het is ook een wijze van genieten van een spreekwezen, die zich niet verhult, maar eist, bevrediging eist, en in die eis voorbijgaat aan de belangen van het subject.
Van het symptoom als herhaling belanden we aldus bij het symptoom als rest. Binnen deze optiek wordt het symptoom bewoond door een ‘bout de réel’’, een brok reële. Deze ‘brok’ is een niet-gearticuleerde rest, waar de ‘slag’ van de materialiteit van de betekenaar op het lichaam zich als letter heeft ingeschreven. Het symptoom is hier een gedenksteen van het initiële effect van de betekenaar op het lichaam, van de impact van de taal op het genot van dit lichaam, die in deze ontmoeting met woorden gemerkt en verstoord wordt. Het symptoom ontsluit hier dit genot, dat langs de ene kant met ‘zin’ zal worden bezet, teneinde het subjectief interpreteerbaar te maken, terwijl het tevens puur spoor zal blijven van een origineel evenement, dat zich op het lichaam inschreef, en zich als dusdanig – als lichaamsevenement en als niet-interpreteerbaar - zal herhalen.
Het is deze reële helling van het symptoom die we dit jaar in het licht willen plaatsen, en wel vanuit de vraag van de kliniek. Want de ‘Janus’ van het symptoom leidt ook onze kliniek naar een tweesprong. Indien het symptoom uit de ‘zin’ voortvloeit zal de interpretatie die enkel de symbolische, metaforische dimensie van het symptoom weerhoudt, onvermijdelijk het symptoom voeden. Elke nieuwe articulatie die in de interpretatie aangeboden wordt dikt het symbolisch weefsel dat het lichaamsevenement verhult aan, en leidt van het reële weg middels de ‘zin’.
Lacan had iets geheel anders voor met de analytische kuur. Hij waarschuwde voor de vraatzucht van het symptoom, dat zich voedt met ‘zin’ : “Le symptôme se présente comme un petit poisson dont le bec vorace ne se referme qu’à se mettre du sens sous le dent” (Le Troisième, 1975). Hij onderlijnde dat voorbij de ontcijferbare enveloppe van het symptoom-als-boodschap het symptoom-als-genot ligt, dat niet aan de Ander gerefereerd moet worden, maar aan het lichaam en de Eén. Verwijst het ‘klassieke’ symptoom naar het subjectief antwoord op de universele afwezigheid van de seksuele relatie, dan betreft de productie van het zogenaamde sinthoom op het einde van de kuur de singuliere wijze waarop dit subject zich verhoudt tot iets wat wel degelijk bestaat, en op zeer reële wijze: de seksualiteit. Voor Lacan moet het analytisch discours deze horizon van het sinthoom voor ogen houden, zonder dewelke haar tactiek tot ‘geklets’ (bavardage) en haar politiek tot ‘zwendel’’ (escroquerie) dreigt te verworden.
Binnen de kuur moet het ‘lezen van het symptoom’ dus steeds het luisteren vergezellen, teneinde het van zin te spenen, en het terug te voeren tot het evenement dat op het niveau van de letter ingeschreven werd. We zullen in het klinisch seminarie dan ook aandacht hebben voor de variëteit van wat zich presenteert als ‘lectuur’ van het symptoom, wanneer men afstand neemt van de semantiek. Het gegeven dat de inaugurale en traumatische ontmoeting tussen de Eén-alleen (Un-tout-seul) van de betekenaar en het lichaam zich in de psychose à ciel ouvert herhaalt, betekent niet dat we daar zonder meer de omgekeerde weg hebben te belopen. Ook daar kan het uiterst aangewezen zijn om in de antwoorden die we aan het subject geven, ons eerder op de letter dan op de betekenaar te oriënteren, teneinde niet tot de waanvorming, eigen aan het semantische register, aan te sporen.
De lectuur van het symptoom, binnen de verschillende structuren, en met de instrumenten die geschikt zijn om aan haar reële dimensie te raken – dit is de thematiek die we dit jaar uit onze casuïstiek willen lichten.
- verantwoordelijken
- bibliografie
We verwijzen verder naar het argument en de te verschijnen bibliografie van het congres.
- methode
Een deelnemer brengt een klinisch fragment. Voor het leiden van de discussie laten de verantwoordelijken van het klinisch seminarie zich bijstaan door twee medewerkers. Voor het komende jaar zijn dit Lieve Billiet en Erik Mertens. In een wisselende samenwerking oriënteren zij de conversatie. Er wordt gerekend op een actieve conversatie met alle deelnemers, met inachtneming van de regels van de discretie.
- plaats en data
Op zaterdag 19 november, 17 december 2011, en op zaterdag
21 januari, 2 juni 2012, telkens van 17u00 tot 18u30
(aansluitend op het theoretisch seminarie)
Clubhuis van de stad Gent, Patijntjesstraat 62, 9000 Gent
- toegankelijkheid
Het Klinisch Seminarie is niet zomaar toegankelijk voor het algemene publiek.
Nieuwe deelnemers dienen liefst enkele weken op voorhand contact op te nemen met de verantwoordelijken:
Geert Hoornaert (hoornaert.geert@telenet.be)
of Luc Vander Vennet (luc.vdvennet@skynet.be).
Niet-leden van de Kring betalen een deelname in de kosten.
Gevalspresentaties
Dit biedt kansen op effecten. In eerste instantie voor het subject in kwestie. Maar ook de psychiatrische dienst, die vragende partij is om impasses in het werk – diagnosestelling of behandeling – met de patiënt in kwestie te doorbreken, kan er baat bij hebben. En tenslotte kan de psychoanalytische gevalspresentatie ook voor de toehoorders een uniek leermoment vormen. Daartoe dient de discussie die onmiddellijk aansluit bij de presentatie.
Het spreekt voor zich dat een gevalspresentatie tact en discretie veronderstelt, zowel bij degene die de gevalspresentatie leidt, als bij de toehoorders. Vandaar ook de strenge voorwaarden inzake toegankelijkheid.
- verantwoordelijken
Jan De Clerck, die ter plaatse verantwoordelijk is (jan.declerck@azbrugge.be).
- plaats en data
- toegankelijkheid
Men engageert zich voor de reeks van vier presentaties.
De presentaties staan niet los van het volgen van de seminaries van de Kring.
Niet-leden van de Kring betalen een deelname in de kosten.
